Freeride Trinity: Zonder Sonde is toch zonde

Als tweede op ons lijstje van off-piste gear staat de sonde, in het engels ‘Probe’ . Het doel van deze lange stokken was niet direct duidelijk toen ik die voor het eerst zag. Vrij bewust van de werking word je wel wanneer je leert dat dit een middel is om iemand onder de sneeuw te vinden. Door de sonde de sneeuw in te steken en dan iemand of iets te moeten vinden, vond ik best indrukwekkend. Zo ogenschijnlijk eenvoudig maar oh zo nauwkeurig moet je te werk gaan. Sondes kunnen van elkaar verschillen, dus je doet er goed aan om van tevoren met elke nieuwe sonde eerst te oefenen voor je het freeride gebied in gaat. De volgende grote verschillen kan je tegenkomen:  

Sonde lengtes, bigger is better

De lengte van een sonde varieert van 200cm tot aan de 320cm (tussenstapjes van 20cm, verschilt erg per merk). Waar het bij sommige dingen niet altijd van toepassing is, is het dat hier wel: ‘Bigger is Better’. Over het algemeen wordt de 240cm als minimum gezien om goed te kunnen gebruiken, maar als je het niet erg vindt om wat extra grammen mee te dragen dan kan je het beste langer meenemen. Hierdoor kan je dieper sonderen en is de vindkans groter. Deze lengtes/dieptes zijn af te lezen aan de zijkant van de sonde. Hier zie je lijnen lopen met een centimeter tussenruimte, waardoor je de diepte kan inschatten als je sondeert. 

Aluminium of Carbon

De keuze voor een sonde ligt tussen carbon en aluminium. Carbon is lichter, maar vaak ook duurder. Aluminium is zwaarder, maar doorboort beter in hardere en compacte sneeuw. Hier gaat de tour-skiër/snowboarder eerder voor de lichte Carbon variant en gaan reddingsdiensten voor de zwaardere Aluminium variant. Een groot verschil tussen carbon en aluminium materialen is wat er onder stress mee gebeurd. Carbon geeft niet echt mee, dus het is recht of het breekt. Aluminium daarentegen kan eerst buigen voor het breekt. 

Spandraad door de kern

Het spandraad dat door de sonde loopt zorgt ervoor dat de losse delen bij elkaar blijven, ook als je hem opbergt. Deze spandraden in sondes kunnen een geweven draad zijn, soms omhult met een laagje flexibel plastic ter bescherming. Ook zijn er varianten die een dun ijzerdraad bevatten, die dan ook weer met plastic omhult zijn. Het ijzerdraad maakt de sonde natuurlijk weer wat zwaarder maar raakt minder snel in de knoop bij het ‘uitgooien’, dan het geweven draad. 

Stefan Greve, Flipside

Zelfspanners

De zelfspanners verschillen nogal per merk en per sonde. Waar de ene een grote lus aan het einde heeft, gebruikt de ander een soort T houder. Hier gaat het vooral om de werkbaarheid voor jou. Wat je het fijnste vindt werken daar moet je vooral voor gaan. Let er wel op dat het handelen mogelijk moet zijn met handschoenen aan, al kan dat ook aan je handschoenen zelf liggen. Een bonus voor de duurdere sonde varianten: er zijn zelfspanners die een aanrakings- of dieptemeter hebben. Die staat in contact met het uiteinde van de sonde, waarbij een signaal gegeven wordt bij aanraking van een object. Hier hebben we geen ervaring mee, mocht je dat hebben dan zijn we erg benieuwd naar de functionaliteit hiervan! Graag een reactie onder dit artikel en wie weet overtuig je ons om een product aan te schaffen.

Functionaliteit in algemeenheid

Zorg ervoor dat je de sonde die je gebruikt goed begrijpt. Over het algemeen moet een sonde makkelijk uit te werpen zijn en met een treksysteem op spanning te brengen zijn. Oefen veel met handschoenen aan voordat je gaat Freeriden. Leer jezelf ook aan dat je de sonde op een juiste manier inpakt, hierdoor kunnen knopen voorkomen worden bij het uitwerpen. Ben je niet zeker van je zaak? Volg een off-piste cursus bij een organisatie of gids (bv. Rens). Dan weet je zeker dat je om leert gaan met deze materialen!

Heb jij vragen, tips, opmerkingen of leuke verhalen n.a.v. dit artikel? Reageer dan hieronder! 


0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *